Tags voor deze pagina:
Informatie

Medicijnen en verkeer: voorkom de risico’s

Een op de zes Nederlanders gebruikt medicijnen, die de rijvaardigheid beïnvloeden. En dat is niet zonder risico's. Naar schatting 10 tot 15 verkeersdoden per jaar hebben direct met medicijngebruik te maken. Om welke medicijnen gaat het? En wat kun je doen om de risico's te vermijden?

Vooral medicijnen, die de hersenactiviteit beïnvloeden kunnen een negatief effect hebben op de rijvaardigheid. Je kunt daarbij denken aan antidepressiva of antipsychotica en middelen als methylfenidaat, die worden voorgeschreven bij ADHD. Bloeddrukverlagers zijn een andere groep: die kunnen duizelingen veroorzaken, wat uiteraard riskant kan zijn in het verkeer.

Maar de gele sticker dan?

De gele sticker op de betreffende medicijnen bevat de algemene vermelding, dat het medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt. Niet is vermeld in welke mate dit gebeurt, en hoe lang. Terwijl bij sommige medicijnen de werking tot de volgende dag kan aanhouden.

Je kunt medicijnen in drie categorieën indelen als het om invloed op de rijvaardigheid gaat. Met medicijnen in categorie 1 mag je blijven rijden, tenzij je last hebt van bijwerkingen. Bij medicijnen uit categorie 2 mag je een periode van een paar uur tot enkele dagen niet rijden, en bij medicatie uit categorie 3 helemaal niet.

Meer weten?

Op de website rij veilig met medicijnen van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) lees je een aantal tips, Je vindt er ook een lijst van medicijnen, die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden met hun werking.

Het ROV Zuid-Holland werkt samen met het IVM door trainingen te faciliteren bij diverse opleiding voor dokters- en apothekersassistenten. In dit artikel in het ROV-magazine lees je wat we in Zuid-Holland doen om de kennis op dit terrein te vergroten.

Heb je interesse in een training? Kijk op de site van het IVM naar de e-learning Geneesmiddelen en verkeer.